vrijdag 29 oktober 2010

Gedragsverandering: waarom mensen vaak niet doen wat ze willen

Het toepassen van de lean principes gaat vaak gepaard met gedragsverandering. Stel bijvoorbeeld dat je je voorneemt om voortaan elke keer je handen te wassen volgens protocol; je spreekuur op tijd te beginnen; bij elke patiënt de tijd nemen om goed te begrijpen wat de achterliggende zorgvraag is en of die verandert tijdens het zorgproces.  Iedereen die bij dergelijke veranderingsprocessen betrokken is weet hoe moeilijk het kan zijn om de benodigde gedragsverandering consequent voor elkaar te krijgen. Bij jezelf en al helemaal bij anderen.


Wat opvalt is dat vaak de intentie tot gedragsverandering veel makkelijker te verkrijgen is dan de daadwerkelijke gedragsverandering. Mensen willen vaak wel, maar doen het vervolgens niet of vallen weer terug in oud gedrag. Dit lijkt onbetrouwbaar gedrag, of te verklaren uit de waan van de dag, of vergeetachtigheid, maar wellicht speelt er meer.

Onlangs verscheen een essay over dit fenomeen van psycholoog Roos Vonk: 'Een betere wereld vraagt om gedragsverandering'. Klik hier voor het volledige artikel (aanrader). Ze begint met een experiment:

"Bij de beroemde marshmallowexperimenten van Walter Mischel in de jaren zestig werden kleuters alleen gelaten met een marshmallow. Als ze die niet opaten, zouden ze nog meer marshmallows krijgen. Sommige kinderen lukte dat, andere niet: zij hadden zoveel trek in de marshmallow, dat ze de kans op meer lieten schieten. Deze kinderen hadden te weinig beheersing van hun impulsen om meer waardevolle langetermijndoelen te realiseren – een vermogen dat wordt gezien als een cruciaal kenmerk van emotionele intelligentie.Veel gebeurtenissen van de afgelopen jaren wijzen uit dat volwassenen met grote invloed dit vermogen eveneens vaak missen. Banken leenden geld uit dat ze zelf niet hadden, aan mensen die het ook niet hadden, omdat dat direct voordeel opleverde. Niet alleen financieel, maar ook ecologisch leven we zwaar op krediet: we leven een kwart boven het duurzaam gebruik van de beschikbare ecologische bronnen."
 Vervolgens stelt ze:
"Het streven naar directe behoeftebevrediging ten koste van bestendigheid zit in de aard van het beestje. Net als andere dieren hebben mensen een diepgewortelde neiging om te benaderen wat lust geeft – lekker eten, seks, liefde, erkenning, macht, whatever turns you on - en te vermijden wat onlust geeft. Duizenden jaren beschaving hebben aan dit instinct weinig veranderd."
Ze stelt dat er drie menselijke eigenaardigheden zijn waarom persoonlijke genoegens het vaak winnen van de wens om mee te werken aan grotere belangen. De eerste is zeer herkenbaar bij veranderingsprocessen:
"De eerste is de neiging om recht te praten wat krom is. Als je enerzijds het milieu belangrijk vindt en anderzijds vlees eet, kun je last krijgen van het onaangename gevoel dat ‘cognitieve dissonantie’ wordt genoemd. Die dissonantie lossen mensen op door een van de twee cognities te veranderen (bijvoorbeeld: minder of biologisch vlees eten, of de bezwaren tegen de vee-industrie in twijfel trekken) of door cognities erbij te bedenken die de tegenstelling verzachten. Bijvoorbeeld: ‘Biologisch is te duur’, ‘Vlees is lekker’, ‘Je hebt het nodig’, ‘Mijn kinderen willen vlees, en ze lusten al zo weinig’, ‘Ik doe al zoveel aan het milieu’, ‘Dat ene hamlapje van mij maakt weinig uit’." 
Termen die ik in de zorg hoor zijn: 'daar is geen tijd voor', 'daar kunnen we niet aan beginnen, dan is het hek van de dam', 'ik wil wel, maar dan moet eerst...'. Bij mezelf herken ik 'als ik straks minder hooi op mijn vork heb kan ik daar meer aandacht aan geven (maar die stapel wordt nooit kleiner, er zijn veel te veel leuke dingen om op te pakken...)'.

Vervolgens legt ze de vinger op de zere plek bij de omgeving van degene waar gedragsverandering bij gewenst is:
"Omdat mensen sociale dieren zijn – ook dat is instinct –, bewegen ze mee met de normen van hun groep. Ooit, in de kleinere gemeenschappen waarin mensen leefden, zette dat een rem op exploitatief gedrag. Wie het collectieve goed schaadde ten behoeve van persoonlijk voordeel, werd kwaad aangekeken of uit de groep gegooid. Van nature zijn mensen daar zeer gevoelig voor. "
Als je dus lastige gedragsverandering wil zien, zul je soms moeten interveniëren op de status die past bij het huidige gedrag.

Dan redeneert ze verder vanuit het perspectief van degene die wil veranderen en koppelt ze het aan waarden (wat weer mooi aansluit bij de kern van lean). We vinden het allemaal makkelijk om aan te geven waar anderen niet op veranderen, maar hoe goed zijn we zelf eigenlijk in gedragsverandering? Hoe kun je je gedrag veranderen, ook als dat ingaat tegen de huidige groepsnormen? Dus ook tegen je eigen directe behoeftebevrediging?
"Net als bij andere vormen van groepsdenken –waar mensen met z’n allen de mist in gaan door op de consensus te vertrouwen – is het zinvol de vraag te stellen: als ik doe wat anderen doen, is dat dan consistent met mijn eigen waarden? Met die vraag verschuift het leidende principe van ‘heet’ (de onderbuik: wat is lekker?) naar ‘warm’ (het hart: waar geloof ik in?). De een zal op grond van zo’n afweging biologisch gaan eten, de ander wordt veganist, en een derde verandert niets omdat zijn gedrag al strookt met zijn persoonlijke waarden.  
Als je eigen waarden pleiten voor een gedragsverandering, kan dat onprettige gevolgen hebben: je geeft een deel van je gemak op, of je beslissing roept wrijving op bij anderen die het ‘onhandig’ of ‘onzin’ vinden. In het licht van het ‘druppelop- een-gloeiende-plaat’-gevoel is de terugkeer naar oude gewoontes dan vaak snel gemaakt; immers: heeft al die moeite wel zin? Maar de zin is ook niet dat je de wereld redt. De zin is dat je gedrag overeenstemt met datgene waar je in gelooft. Dát is individuele vrijheid.  
Dat is ook de essentie van emotionele volwassenheid en beschaving: het vermogen om hedonisme te overstijgen ten behoeve van morele waarden en langetermijndoelen. Het vermogen om verder te kijken dan je neus lang is, in plaats van te wachten tot een ander het doet. Niet te denken aan ‘wat wil ik hebben’, maar aan ‘wie wil ik zijn’. Als we die mate van zelfintegriteit bereiken, wie weet, krijgen we dan ook de regering die we daarmee verdienen, en die de rest doet."
Het eerste principe van de Toyota Way is 'Neem beslissingen op basis van een lange termijn filosofie, die leidt tot meer waarde' (vrije vertaling). Bovenstaande essay geeft meer inzicht in wat ervoor nodig is om dat waar te kunnen maken.

Hoe ga je daar mee om tijdens de toepassing van lean? Handel je in overeenstemming met waar je in gelooft? Hoe reflecteer je daar op en hoe verbeter je daar op?

Heb je interventies in het kader van lean om anderen meer te laten handelen in overeenstemming met waar zij in geloven?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen